Eerste minister Sanchez verduidelijkt wie er aan het werk mag blijven tijdens de lockdown

Vanaf gisteren zijn de maatregelen aangescherpt over de essentiële diensten die aan het werk mogen blijven.

De nieuwe regels betekenen dat alle niet essentiële werknemers thuis moeten blijven vanaf 30 maart tot en met 9 april. De regering heeft een verduidelijking gegeven over wie er nog aan het werk mogen blijven.

In het kort, al diegenen die werken in de productie en de distributie van alle essentiële basisproducten en diensten kunnen aan het werk blijven en dat zijn:

  • Alle veiligheids- en ordehandhavingsdiensten, maar ook het leger en demedische diensten. Al diegenen die werken voor bedrijven die essentiële diensten leveren aan de eerste groep kunnen ook aan het werk blijven.
  • Zorgpersoneel (zowel privé als openbaar) en diegenen die werken in diensten van de sociale zekerheid, diegenen die betrokken zijn in de bescherming van slachtoffers van een misdrijf en diegenen die werken in opvangcentra voor asielzoekers en immigranten.
  • Werknemers in de transportsector, de begrafenissector en de onderhoudssector.
  • Personeel in de nieuws/media/communicatiesector en in de bijhorende drukkerijen en distributiebedrijven.
  • Het personeel dat werkt voor energie en waterbedrijven. Werknemers die instaan voor de productie en distributie van goederen en onderdelen voor bijvoorbeeld centrale verwarming of airconditioning kunnen ook aan het werk blijven.
  • Werknemers in de ruimtevaart, defensie, meteorologie, telecommunicatie en essentiële IT/internet diensten.
  • Werknemers die werken in financiële, verzekerings-, klanten, belasting- en postkantoren.
  • Werknemers die betrokken zijn bij de distributie en verkoop van voeding/dranken en alle andere essentiële producten voor de primaire noden zoals hygiëne, gezondheid en medische/farmaceutische producten maar ook diegenen die een levering aan huis voor restaurants leveren.
  • Werknemers die betrokken zijn bij de productie van chemische en farmaceutische producten, medische apparatuur, voeding en drank, textiel, glas, tabak, papier, batterijen maar ook voor materialen die nodig zijn om essentiële basisgoederen en materiaal te leveren die nodig zijn voor de productie van essentiële producten/diensten.
  • Elke dienst die nodig is voor de essentiële dienst/product die hierboven niet vermeld is.

In het kort, de eerste -minister zegde dat als je niet werkt in een essentiële dienst of activiteit je moet thuis blijven. Hij verzekerde dat er geen jobs zullen verloren gaan na de lockdown en dat werknemers hun salaris zullen blijven ontvangen.

Vanaf heden is het verboden om werknemers in Spanje te ontslaan

Spanje heeft zijn arbeidswetgeving gewijzigd en vanaf gisteren is het verboden om tijdens de crisis met het coronavirus werknemers te ontslaan. 

Maar de wet komt niet met terugwerkende kracht in voege waardoor werknemers die al ontslagen werden ontslagen blijven en krijgen zij hun job niet terug.

De minister van Arbeid, Yolanda Diaz, zegt dat volgens de nieuwe wet er geen economische of productieredenen buiten de controle van het bedrijf (COVID-19) bestaan die het ontslag zouden mogelijk maken en dat het bijgevolg verboden is.

De wet bepaald zelfs dat tijdelijke contracten niet ontbonden kunnen worden. Zij kunnen tijdelijk opgeschort worden maar na de crisis moeten zij hernomen worden.

De wet kwam er nadat de vakbonden UGT en CCOO de regering waarschuwden dat 1 miljoen werknemers hun job, in maart alleen al, kunnen verliezen.

Drie kwart van die met een tijdelijk contract hebben een tijdelijk contract.

De aanvraag voor financiële steun als tijdelijk werkloze (ERTE) wordt gemakkelijk gemaakt, een formulier invullen en de werknemers krijgen toegang tot financiële steun.

De pensioenleeftijd in Spanje gaat in 2020 naar 65 jaar en 10 maanden

Vanaf 2020 moet een Spaanse werknemer, om van een volledig pensioen te genieten, tenminste 65 jaar en 10 maanden oud zijn. Zoals in het verleden werd afgesproken gaat de pensioenleeftijd vanaf 2013 tot aan 2027 geleidelijk omhoog van 65 jaar naar 67 jaar. Heb je echter meer dan 37 jaar gewerkt dan kun je in 2020 met 65 jaar met pensioen.

Alle Spaanse inwoners die na 1948 geboren zijn hebben te maken met deze progressieve stijging van de pensioenleeftijd terwijl die werknemers die in 1960 en daarna zijn geboren niet met pensioen kunnen gaan voor hun 67 jaar, tenzij men tenminste 38 jaar en 6 maanden elke maand een bijdrage heeft bijgedragen aan de sociale zekerheid.

Met de geleidelijke stijging werd in 2013 begonnen toen men in dat eerste jaar een pensioenleeftijd had van 65 jaar en 1 maand om recht te hebben op het volledige pensioen.

In 2020 wordt de pensioenleeftijd 65 jaar en 10 maanden gevolgd door 66 jaar in 2021 enzoverder. Vanaf het jaar 2027 dient men tenminste 67 jaar oud te zijn om 100% van je pensioen te ontvangen.

Terwijl de pensioenleeftijd met 2 maanden omhoog gaat tot in 2027 is dat bij de gewerkte jaren 3 maanden tot aan 2027. Dat wil zeggen dat iemand die in 2020 37 jaar gewerkt heeft al met 65 jaar met pensioen mag en recht heeft op 100% van zijn pensioen. In 2021 is dat 37 jaar en 3 maanden om uiteindelijk in 2027 38 jaar en 6 maanden te hebben om 100% pensioen te kunnen ontvangen met 65 jaar.

Cijfers van de Spaanse overheid wijzen op een piek in de werkloosheid in het begin van het jaar

De Spaanse regering heeft onthuld dat de werkloosheid in de eerste maand van het jaar is gestegen tot het hoogste niveau sinds 2014.

Het ministerie van Arbeid, Migratie en Sociale Zekerheid heeft aangegeven dat het aantal werknemers die bijdragen aan het stelsel van de sociale zekerheid met 244.044 mensen is gedaald, maar het totale aantal deelnemers bleef boven de 19 miljoen.

Degenen die als werklozen zijn geregistreerd stegen vanaf december met 90.248, waardoor januari 2020 de slechtste maand van het personeelsbestand sinds januari 2014 was en de stijging resulteerde in een totaal van 3,25 miljoen mensen zonder werk.

Hoewel alarmerend, neemt het werkloosheidspercentage meestal toe na de kerstperiode, omdat veel seizoensbanen in de detailhandel en horeca eindigen en contracten worden afgesloten voor een natuurlijk jaar.

De cijfers werden vrijgegeven op dezelfde dag dat het kabinet zijn wekelijkse vergadering hield waarop het minimumloon is vastgesteld op € 950 per maand. 

In de komende vergaderingen wordt van de ministers ook verwacht dat zij doorgaan met hun plannen om ambtenaren een salarisverhoging van 2% en een verhoging van de pensioenen met 0,9% te geven.

Het Spaans minimumloon is verhoogd tot € 950

Overheid, werkgevers en vakbonden in Spanje zijn overeen gekomen om het minimumloon te verhogen tot 950 euro per maand.

Deze verhoging komt slechts tien dagen na de start van de PSOE en UN Podemos regering. De verhoging is van kracht vanaf de eerste dag van het jaar en kan met terugwerkende kracht worden toegepast.

Het minimumloon in Spanje bedraagt ​​dus 950 euro per maand in 14 betalingen, dat wil zeggen 13.300 euro per jaar, een stijging van 5,5% vergeleken met 12.600 euro per jaar in 2019.

166.400 kandidaten voor 4.055 jobs

Om in de openbare sector in Spanje te werken, is het noodzakelijk om examens af te leggen die bekend staan ​​als las oposiciones en vorige zondag 19 januari hebben 166.400 mensen deelgenomen aan een dergelijk examen en zij proberen zo 1 van de 4.055 banen in de Spaanse post (Correos) te pakken te krijgen.

Met een verhouding van 41 mensen voor elke baan, zijn de kansen om te slagen zeer klein.

Het Europese Hof van Justitie heeft de beslissing van het Regionale Hoog Gerechtshof van Galicië teruggedraaid

Foto: Regionaal Hoog Gerechtshof van Galicië
Caronium

Het Europese Hof van Justitie heeft geoordeeld dat een beslissing van het Regionale Hoog Gerechtshof van Galicië over de weigering om vervroegde pensionering voor twee personen toe te staan, in strijd is met het Europese recht.

De twee personen waren werkzaam in zowel Spanje als Duitsland, maar de Spaanse sociale diensten hadden geen rekening gehouden met betalingen voor pensioenen in Duitsland en hadden daarom geweigerd om vervroegde pensionering op volledig pensioen toe te staan.

De zaak is nu terug verwezen naar de Spaanse rechtbanken voor een laatste beoordeling.

In Andalusië zijn er enkele grote werkgevers

Foto: Het Mercadona filiaal in Cádiz

Volgens de laatste cijfers is het distributiebedrijf Mercadona de grootste werkgever in Andalusië met 18.340 werknemers.

Dat zijn bijna 3.000 werknemers meer dan de tweede grootste werkgever, de supermarktketen Coviran, waar er 15.653 werknemers zijn.

Zij worden gevolgd door een andere keten, El Corte Ingles met 13.400 lokale werknemers.

Op de vierde plaats staat het bouwkundig bedrijf, Abengoa met 13.450 werknemers en op de vijfde plaats staat het telecommunicatie en energiebedrijf Grupo Ezentis met 11.800 werknemers.

Het aantal buitenlandse werknemers in Spanje gaat terug in stijgende lijn

Onlangs werden de officiële cijfers bekend gemaakt van het aantal buitenlanders dat ingeschreven is en bijdragen betaald aan de Spaanse Sociale Zekerheid.

In september was er een stijging met 12.356 werknemers waardoor het totaal nu op 2.145.000 buitenlandse werknemers komt en dat is goed voor 10% van het totale personeelsbestand. 

In vergelijking met september 2018 is er een stijging merkbaar van 152.053 eenheden of 7,63%.

Ingedeeld volgens geslacht zijn er 1.199.718 mannen en 945.545 vrouwen actief.

Ingedeeld volgens hun thuisland komt de grootste groep uit Roemenië (345.906), Marokko (251.533), Italië (132.738) en China (107.473).

Daarna volgen dan nog Colombianen (77.236), Ecuadoranen (75.665), Britten (68.963), Bulgaren (61.567), Venezolanen (61.392) en Portugezen (57.331).

Ondernemingen op het Spaanse platteland worden hoe langer hoe meer afhankelijk van werknemers met een migratieachtergrond

Ondernemingen op het Spaanse platteland dringen er bij de regering op aan om het aanwerven van werknemers zonder papieren gemakkelijker te maken, aangezien de ontvolkte gebieden moeite hebben om de juiste arbeidskrachten te vinden.

Veel gemeenten met minder dan 1000 inwoners worstelen met het vinden van voldoende werknemers voor de bedrijven die broodnodige investeringen in deze gebieden brengen. Daarom vertrouwen zij op migrerende werknemers om de plaatsen in te vullen waarvoor zij onvoldoende Spaanse werknemers kunnen vinden.

Het dorp San Pedro Manrique, in de regio Soria, een provincie in Noord-Spanje, is een van de meest verlaten plaatsen in Europa en heeft slechts 600 inwoners.

Het dorp is de thuisbasis van La Hoguera, een bloeiende chorizo fabriek en is de voornaamste bron voor de inkomsten in het dorp.

La Hoguera, waar elk jaar twee miljoen chorizo worsten worden gemaakt, is afhankelijk van immigranten. Van hun 96 werknemers is 46% van buitenlandse afkomst.

Werknemers hebben er bij de regering op aangedrongen om het immigratiebeleid te heroverwegen om zo werknemers in regel te stellen die werk hebben gevonden via een arbeidscontract.

Bedrijfseigenaren vragen dat migranten zonder papieren een wettelijke status krijgen door middel van werkcontracten, in plaats van in totaal drie jaar te moeten wachten voordat ze kunnen worden geregistreerd.