Het aantal straten gewijd aan Franco in Spanje gaat verder in dalende lijn

De ‘nummer twee’ van de socialistische partij PSOE, Adriana Lastra, heeft maandag erkend dat er nog geen ontwerp is voor de hervorming van het Wetboek van Strafrecht. Dit is een project waaraan wordt gewerkt door het ministerie van Justitie onder leiding van Juan Carlos Campo en dat zal bepalen dat een openbare vermelding naar Franco zal aanzien worden als een misdrijf.

“We zullen de slachtoffers die nog steeds in de massagraven zijn opgraven, we zullen de Francoistische symboliek die nog steeds in openbare plaatsen is verwijderen en we zullen het Strafwetboek hervormen zodat de verontschuldiging en de verheerlijking van het Francoisme eindelijk een misdaad zal zijn”, kondigde de plaatsvervangend secretaris-generaal en PSOE-woordvoerder in het Congres aan.

Volgens een analyse van EpData del callejero, gepubliceerd door de INE bijgewerkt tot juli 2019, zijn er momenteel in Spanje nog minstens 88 straten in Spaanse gemeenten gewijd aan Franco . Om dat aantal te bereiken, zijn die straten die “generaal Franco” vermelden in aanmerking genomen  maar ook “Generalissimo” of “Francisco Franco”.

De laatste jaren is het aantal straatnamen met deze vermeldingen aanzienlijk verminderd:

Toestand in 2019
  • 2001 = 679
  • 2011 = 348
  • 2014 = 306
  • 2016 = 269
  • 2018 = 120
  • 2019 = 88

Demonstranten eisen dat het graf van een generaal uit de tijd van Franco uit de basiliek van Sevilla wordt verwijderd

Nu Franco verwijderd is uit de Valle de los Caídos, richtten tegenstanders van dat regime zich nu op Gonzalo Queipo de Llano. Hij ligt nu begraven in de basiliek van Sevilla maar daaruit zou hij nu moeten verwijderd worden.

Queipo de Llano was de legergeneraal die Franco’s militaire staatsgreep in Andalusië  leidde op 18 juli 1936.  Zo nam hij Sevilla in waarna hij het bevel gaf om een groot aantal terechtstellingen van tegenstanders uit te voeren.

De verwijdering van de overleden dictator uit de Valle de los Caidos heeft recentelijk honderden demonstranten ertoe aangezet om te protesteren tegen de blijvende aanwezigheid van het graf van Queipo de Llano.

Hun eisen werden bevestigd door Susana Diaz, de voormalige PSOE regionale president van Andalusië, evenals door de burgemeester van Sevilla, Juan Espadas en Teresa Rodriguez, regionale leider van Podemos.  

Maar het verplaatsen van de generaal die verantwoordelijk is voor de dood van meer dan 50.000 mensen tijdens de burgeroorlog kan nog ingewikkelder zijn dan het verplaatsen van Franco’s graf, legden juridische experts uit.  

De Valle de Los Caídos is eigendom van de staat, maar de Macarena-basiliek is privébezit, hoewel de voormalige regionale president Susana Diaz beweerde dat de staat kon ingrijpen wanneer een privégebouw openbaar werd gebruikt.  

Patricia del Pozo, het hoofd van de regionale afdeling Cultuur, heeft gezegd dat er niets kan worden gedaan voordat een team van experts beslist heeft wat er moet gebeuren   

Tegenstanders van het graf van Queipo de Llano in de kathedraal beweren dat het graf in strijd is met de historische geheugenwetten van Spanje.  Deze wetten regelen de nasleep van de Spaanse burgeroorlog.

Deze week worden de overblijfselen van Francisco Franco verwijderd uit de Vallei der Gevallenen

Foto: Graf van Francisco Franco in de Valle de los Caidos
Georgio

De Spaanse regering heeft eindelijk de aankondiging gemaakt dat de overblijfselen van Francisco Franco deze week zullen opgegraven worden in de Vallei van de Gevallenen.

Deze lang verwachtte aankondiging kwam er nadat het Spaanse Hoog Gerechtshof hiervoor de toelating gaf ondanks de protesten van de familie die de opgraving wilden verhinderen. 

De overblijfselen worden overgebracht naar een begraafplaats in Mingorrubio, een deelgemeente van Madrid.  In dat dorpje ligt ook El Pardo, het paleis vanwaar Franco Spanje bestuurde van 1936 tot zijn dood in 1975. Hij zal begraven worden dicht bij het graf van zijn echtgenote. 

Archeologen hebben de oudste vondst tot nu toe in Spanje gevonden

Archeologen hebben het grootste bouwwerk dat gezet is door de oude Iberiërs in Spanje boven aarde gehaald.

De onderzoekers waren aan het werk in de provincie Cuenca in Castilla-La Mancha toen zij het bouwwerk bestaande uit drie kamers en meer dan drie meter hoog vonden. Het bouwwerk is helemaal anders dan die voordien al in Spanje werden gevonden.

De La Cava vindplaats, bij Garcinarro, bevat ook al een nederzetting uit de bronstijd waarvan men denkt dat zij gebouwd is tussen 2100 en 1500 voor Christus.

Momenteel onderzoekt men nog wat het doel van het gebouw was, volgens een theorie was het een tempel maar anderen denken dat het een opslagplaats was.

In dezelfde vindplaats, La Cava, zijn ook nog overblijfselen gevonden van Romeinse en Visigotische gebouwen. Volgens de archeologen bouwde elke nieuwe bevolkingsgroep die in het gebied aankwamen op de ruïnes van hun voorgangers.

De Iberiërs leefden in Spanje voor de aankomst van de kolonisten uit Carthago en Griekenland en voor de Romeinse verovering van het schiereiland.

De restauratiewerken aan het Gibralfaro kasteel in Málaga gaan deze zomer van start

Foto: reeds gerestaureerde muur aan het Gibralfaro kasteel
Fabio Alessandro Locati

Eindelijk zijn in Málaga de restauratiewerken begonnen aan het prachtige Gibralfaro kasteel uit de tiende eeuw.

Onder de dringende werken zijn herstellingen aan een aantal onderdelen van het gebouw maar er is ook een verbeterde afvoer van vocht voorzien.

In het totaal zijn er 17 delen van het kasteel aangeduid om een restauratie te ondergaan waaronder de stenen aan de hoofdingang, de torenmuren, marmeren kolommen, loopbruggen en de installatie van waterpompen.

Verder worden er informatiepanelen voor de bezoekers geplaatst in de ‘Mudejar kamer’.

Het aangrenzende Alcazaba uit de elfde eeuw wordt deze zomer ook onder handen genomen en hier zijn er 12 aandachtspunten die een reparatie krijgen.

De Spaanse regering neemt het zomerpaleis van generaal Franco in beslag

Foto: voorgevel van het Pazo de Meiras
Loischantada

De Spaanse regering heeft het zomerpaleis van generaal Franco in beslag genomen omdat de verkoop frauduleus zou zijn.

Pazo de Meiras in Galicië, geschatte waarde van €5 miljoen, was voor Franco gekocht met de, verplichtte, donaties van de plaatselijke bevolking tijdens de Spaanse burgeroorlog. .

Maar het prachtige eigendom uit de 19de eeuw wordt nu geclaimd door het ministerie van Justitie. Dit ministerie zegt dat zij voldoende argumenten en wettelijke documenten bezit om een publiek eigendom te verdedigen.

Een juridische actie werd begonnen tegen de familie van Franco over de illegale verkoop van het eigendom aan een pro-Franco organisatie in 1938 en daarna door de organisatie in 1941 aan Franco zelf.

Maar de rechtszaak werd veroordeeld door een kleinzoon van Franco die deze actie gewoon een strategie van wraak noemt door de socialistische regering.

De regeringsactie komt er nadat de regering zijn plannen aankondigde om de stoffelijke resten van Franco op te graven en ze te verwijderen uit het mausoleum in de Vallei van de Gevallenen.

Uiteindelijk blokkeerde het Spaans Hoog Gerechtshof de opgraving enkele dagen voor zij zou plaatsvinden.

Het Spaanse Hoog Gerechtshof stopt de opgraving van de voormalige dictator Franco

Vallei van de Gevangenen
Foto: Sebastian Dubiel

Er komt geen einde aan dit verhaal want rechters van het Spaanse Hooggerechtshof hebben de geplande opgraving van Francisco Franco, de voormalige dictator, tijdelijk op vraag van de nakomelingen opgeschort.

De vijf rechters van de Vierde Kamer oordeelden unaniem dat de opgraving van de overblijfselen uit de Vallei van de Gevallenen te pijnlijk voor de familie zou zijn.

Dit uitstel komt er omdat volgens deze rechters eerst alle andere wettelijke problemen moeten opgelost zijn.

De zeven kleinkinderen van de voormalige dictator hebben geprobeerd de opgraving te stoppen sinds de regering hun plannen aankondigde om de opgraving door te zetten.

Franco’s afstammelingen hadden eerder de regering uitgedaagd over de gekozen locatie voor de herbegrafenis van de voormalige dictator.

De regering was van plan om Franco opnieuw te begraven op de begraafplaats El Prado in Madrid, waar zijn vrouw Maria del Carmen Polo y Martinez-Valdes begraven ligt.

De familie van de voormalige dictator wilde hem herbegraven in de Almundena-kathedraal in de hoofdstad, maar de regering vreesde dat dit zou leiden tot de komst van grote aantallen fascistische en extreem-rechtse pelgrims.

Francisco Franco stierf in 1975 en hij werd begraven in de Vallei van de Gevallenen, die ook de overblijfselen herbergt van soldaten die zijn omgekomen in de Spaanse Burgeroorlog. Het mausoleum werd gebouwd met behulp van dwangarbeid van republikeinse krijgsgevangenen en politieke gevangenen.

Het Vaticaan zal de prior dwingen om Franco’s opgraving uit de Vallei der Gevallenen toe te staan

Foto:
Sebastian Dubiel

Het Vaticaan heeft zijn steun herhaald voor de opgraving van de voormalige Spaanse dictator Francisco Franco uit de controversiële Valle van de Gevallenen. Daarbij verzekeren zij dat de religieuze autoriteiten zich niet tegen de plannen van de socialistische regering zullen verzetten.

In een brief aan de Spaanse vice-eerste minister, Carmen Calvo, schrijft Pietro Parolin, de rechterhand van de paus en de Vaticaanse staatssecretaris, dat de kerk zich niet zal verzetten tegen de opgraving van de stoffelijke resten van Generaal Franco.

De Orde van Sint Benedictus van de Basiliek Santa Cruz in de Vallei van de Gevallenen werd er in de brief aan herinnerd dat zij respect moeten tonen voor de burgerlijke autoriteiten.

Dit is al de tweede maal dat Parolin zijn steun aan de opgraving geeft, maar het is de eerste maal dat hij de katholieke orde speciaal vermeld.

De brief was op 14 februari verzonden nadat de vice-eerste minister hem had verwittigd dat de prior van de orde van Sint Benedictus de overheid had verboden om in graf van Franco te komen. Deze prior, Santiago Cantera, is ook een voormalige kandidaat voor de extreem-rechtse partij, Falange.

De brief van Parolin verduidelijkt de positie van de kerk en geeft de regering een duidelijke schriftelijke toestemming om door te gaan met de opgraving met de steun van het Vaticaan.

Vandalen plegen grafschennis op de graven van de Spaanse Republikeinse heldin en op dat van de oprichter van de Socialistische Partij

Op de graven van Dolores Ibárruri, een Republikeinse heldin van de Spaanse Burgeroorlog en de voormalige leidster van de Communistische Partij bekend als “La Pasionaria”, en die van Pablo Iglesias Posse, de stichter van de Spaanse Socialistische Partij (PSOE ) en van de Algemene Unie van Werknemers (UGT), werd grafschennis gepleegd op de burgerlijke begraafplaats van La Almudena in Madrid.

Vorige maandag ontdekte Lola Ruiz-Ibárruri, de kleindochter van de voormalige leidster van de Communistische Partij, witte verf op de grafsteen van haar grootmoeder en op de crypte van Iglesias.  Volgens
Lola Ruiz-Ibárruri was het de eerste keer dat zoiets gebeurde. Zij heeft wel aangifte bij de politie gedaan van het vandalisme. 

Het monument ter nagedachtenis aan de Gevallenen van de Blauwe Brigade (Caídos de la División Azul), een eenheid Spaanse vrijwilligers die diende in het Duitse leger aan het oostfront in de Tweede Wereldoorlog, kreeg volgens de politie ook te maken met vandalisme. Hier waren allerlei krabbels en het anarchistisch symbool aangebracht.

Het vandalisme bleef niet beperkt tot de graven op de begraafplaats, dat een van de grootste begraafplaatsen van Europa is, die 120 hectare groot is. Twee Republikeinse vlaggen aan de muur die een eerbetoon brengen aan de “Dertien Rozen” waren bedekt met zwarte verf.

De ‘Trece Rosas’, zoals ze in het Spaans bekend zijn, was een groep van 13 jonge vrouwen die deel uitmaakten van de Juventudes Socialistas Unificadas (JSU). Ze werden op 5 augustus 1939 door een franquistisch vuurpeloton geëxecuteerd tegen een van de oude muren van de begraafplaats.

De begraafplaats van La Almudena werd in 1884 ingewijd ondanks verzet van de katholieke kerk. Naast Ibárruri en Iglesias zijn er ook andere historische figuren van de Spaanse linkerkant begraven, waaronder Largo Cabellero, die tijdens de Tweede Republiek van 1936 tot 1937 als eerste minister diende, en Julián Besteiro, president van de PSOE en van de UGT tijdens dezelfde tijdsperiode.

Een nieuwe studie beweert dat de Homo sapiens 5.000 jaar vroeger dan eerst gedacht naar Europa kwam

Nieuw bewijs, dat verkregen werd in een grot in Torremolinos, heeft bestaande theorieën over de aankomst van de moderne mens in zuidelijk Europa overhoop gehaald.

Onderzoekers uit Spanje, Groot-Brittannië en Japan beweren dat hun opgegraven voorwerpen in de Cueva Bajondillo aantonen dat de moderne mensen 44.000 jaar geleden in zuidelijk Europa aankwamen, 5.000 jaar vroeger dat tot hiertoe werd aangenomen.

De onderzoekers hebben hun bevindingen gepubliceerd in het tijdschrift Nature, Ecology & Evolution. In hun studie beweren de onderzoekers dat de Homo sapiens in Spanje aankwam maar dat hun migratie niet met de ijstijd verbonden was die ongeveer 11.000 jaar geleden eindigde.

Chris Stringer, een onderzoeker van het Britse Natural History Museum, zegt dat hun vondsten bevestigen dat de Homo sapiens 40.000 jaar geleden zich zeer snel verspreidde doorheen Eurasia.

Arturo Morales-Muñiz, van de Autonome Universiteit van Madrid, zegt dat de Straat van Gibraltar een belangrijke rol speelde in de vroege menselijke migraties.