Archeologen hebben de oudste vondst tot nu toe in Spanje gevonden

Archeologen hebben het grootste bouwwerk dat gezet is door de oude Iberiërs in Spanje boven aarde gehaald.

De onderzoekers waren aan het werk in de provincie Cuenca in Castilla-La Mancha toen zij het bouwwerk bestaande uit drie kamers en meer dan drie meter hoog vonden. Het bouwwerk is helemaal anders dan die voordien al in Spanje werden gevonden.

De La Cava vindplaats, bij Garcinarro, bevat ook al een nederzetting uit de bronstijd waarvan men denkt dat zij gebouwd is tussen 2100 en 1500 voor Christus.

Momenteel onderzoekt men nog wat het doel van het gebouw was, volgens een theorie was het een tempel maar anderen denken dat het een opslagplaats was.

In dezelfde vindplaats, La Cava, zijn ook nog overblijfselen gevonden van Romeinse en Visigotische gebouwen. Volgens de archeologen bouwde elke nieuwe bevolkingsgroep die in het gebied aankwamen op de ruïnes van hun voorgangers.

De Iberiërs leefden in Spanje voor de aankomst van de kolonisten uit Carthago en Griekenland en voor de Romeinse verovering van het schiereiland.

De restauratiewerken aan het Gibralfaro kasteel in Málaga gaan deze zomer van start

Foto: reeds gerestaureerde muur aan het Gibralfaro kasteel
Fabio Alessandro Locati

Eindelijk zijn in Málaga de restauratiewerken begonnen aan het prachtige Gibralfaro kasteel uit de tiende eeuw.

Onder de dringende werken zijn herstellingen aan een aantal onderdelen van het gebouw maar er is ook een verbeterde afvoer van vocht voorzien.

In het totaal zijn er 17 delen van het kasteel aangeduid om een restauratie te ondergaan waaronder de stenen aan de hoofdingang, de torenmuren, marmeren kolommen, loopbruggen en de installatie van waterpompen.

Verder worden er informatiepanelen voor de bezoekers geplaatst in de ‘Mudejar kamer’.

Het aangrenzende Alcazaba uit de elfde eeuw wordt deze zomer ook onder handen genomen en hier zijn er 12 aandachtspunten die een reparatie krijgen.

De Spaanse regering neemt het zomerpaleis van generaal Franco in beslag

Foto: voorgevel van het Pazo de Meiras
Loischantada

De Spaanse regering heeft het zomerpaleis van generaal Franco in beslag genomen omdat de verkoop frauduleus zou zijn.

Pazo de Meiras in Galicië, geschatte waarde van €5 miljoen, was voor Franco gekocht met de, verplichtte, donaties van de plaatselijke bevolking tijdens de Spaanse burgeroorlog. .

Maar het prachtige eigendom uit de 19de eeuw wordt nu geclaimd door het ministerie van Justitie. Dit ministerie zegt dat zij voldoende argumenten en wettelijke documenten bezit om een publiek eigendom te verdedigen.

Een juridische actie werd begonnen tegen de familie van Franco over de illegale verkoop van het eigendom aan een pro-Franco organisatie in 1938 en daarna door de organisatie in 1941 aan Franco zelf.

Maar de rechtszaak werd veroordeeld door een kleinzoon van Franco die deze actie gewoon een strategie van wraak noemt door de socialistische regering.

De regeringsactie komt er nadat de regering zijn plannen aankondigde om de stoffelijke resten van Franco op te graven en ze te verwijderen uit het mausoleum in de Vallei van de Gevallenen.

Uiteindelijk blokkeerde het Spaans Hoog Gerechtshof de opgraving enkele dagen voor zij zou plaatsvinden.

Het Spaanse Hoog Gerechtshof stopt de opgraving van de voormalige dictator Franco

Vallei van de Gevangenen
Foto: Sebastian Dubiel

Er komt geen einde aan dit verhaal want rechters van het Spaanse Hooggerechtshof hebben de geplande opgraving van Francisco Franco, de voormalige dictator, tijdelijk op vraag van de nakomelingen opgeschort.

De vijf rechters van de Vierde Kamer oordeelden unaniem dat de opgraving van de overblijfselen uit de Vallei van de Gevallenen te pijnlijk voor de familie zou zijn.

Dit uitstel komt er omdat volgens deze rechters eerst alle andere wettelijke problemen moeten opgelost zijn.

De zeven kleinkinderen van de voormalige dictator hebben geprobeerd de opgraving te stoppen sinds de regering hun plannen aankondigde om de opgraving door te zetten.

Franco’s afstammelingen hadden eerder de regering uitgedaagd over de gekozen locatie voor de herbegrafenis van de voormalige dictator.

De regering was van plan om Franco opnieuw te begraven op de begraafplaats El Prado in Madrid, waar zijn vrouw Maria del Carmen Polo y Martinez-Valdes begraven ligt.

De familie van de voormalige dictator wilde hem herbegraven in de Almundena-kathedraal in de hoofdstad, maar de regering vreesde dat dit zou leiden tot de komst van grote aantallen fascistische en extreem-rechtse pelgrims.

Francisco Franco stierf in 1975 en hij werd begraven in de Vallei van de Gevallenen, die ook de overblijfselen herbergt van soldaten die zijn omgekomen in de Spaanse Burgeroorlog. Het mausoleum werd gebouwd met behulp van dwangarbeid van republikeinse krijgsgevangenen en politieke gevangenen.

Het Vaticaan zal de prior dwingen om Franco’s opgraving uit de Vallei der Gevallenen toe te staan

Foto:
Sebastian Dubiel

Het Vaticaan heeft zijn steun herhaald voor de opgraving van de voormalige Spaanse dictator Francisco Franco uit de controversiële Valle van de Gevallenen. Daarbij verzekeren zij dat de religieuze autoriteiten zich niet tegen de plannen van de socialistische regering zullen verzetten.

In een brief aan de Spaanse vice-eerste minister, Carmen Calvo, schrijft Pietro Parolin, de rechterhand van de paus en de Vaticaanse staatssecretaris, dat de kerk zich niet zal verzetten tegen de opgraving van de stoffelijke resten van Generaal Franco.

De Orde van Sint Benedictus van de Basiliek Santa Cruz in de Vallei van de Gevallenen werd er in de brief aan herinnerd dat zij respect moeten tonen voor de burgerlijke autoriteiten.

Dit is al de tweede maal dat Parolin zijn steun aan de opgraving geeft, maar het is de eerste maal dat hij de katholieke orde speciaal vermeld.

De brief was op 14 februari verzonden nadat de vice-eerste minister hem had verwittigd dat de prior van de orde van Sint Benedictus de overheid had verboden om in graf van Franco te komen. Deze prior, Santiago Cantera, is ook een voormalige kandidaat voor de extreem-rechtse partij, Falange.

De brief van Parolin verduidelijkt de positie van de kerk en geeft de regering een duidelijke schriftelijke toestemming om door te gaan met de opgraving met de steun van het Vaticaan.

Vandalen plegen grafschennis op de graven van de Spaanse Republikeinse heldin en op dat van de oprichter van de Socialistische Partij

Op de graven van Dolores Ibárruri, een Republikeinse heldin van de Spaanse Burgeroorlog en de voormalige leidster van de Communistische Partij bekend als “La Pasionaria”, en die van Pablo Iglesias Posse, de stichter van de Spaanse Socialistische Partij (PSOE ) en van de Algemene Unie van Werknemers (UGT), werd grafschennis gepleegd op de burgerlijke begraafplaats van La Almudena in Madrid.

Vorige maandag ontdekte Lola Ruiz-Ibárruri, de kleindochter van de voormalige leidster van de Communistische Partij, witte verf op de grafsteen van haar grootmoeder en op de crypte van Iglesias.  Volgens
Lola Ruiz-Ibárruri was het de eerste keer dat zoiets gebeurde. Zij heeft wel aangifte bij de politie gedaan van het vandalisme. 

Het monument ter nagedachtenis aan de Gevallenen van de Blauwe Brigade (Caídos de la División Azul), een eenheid Spaanse vrijwilligers die diende in het Duitse leger aan het oostfront in de Tweede Wereldoorlog, kreeg volgens de politie ook te maken met vandalisme. Hier waren allerlei krabbels en het anarchistisch symbool aangebracht.

Het vandalisme bleef niet beperkt tot de graven op de begraafplaats, dat een van de grootste begraafplaatsen van Europa is, die 120 hectare groot is. Twee Republikeinse vlaggen aan de muur die een eerbetoon brengen aan de “Dertien Rozen” waren bedekt met zwarte verf.

De ‘Trece Rosas’, zoals ze in het Spaans bekend zijn, was een groep van 13 jonge vrouwen die deel uitmaakten van de Juventudes Socialistas Unificadas (JSU). Ze werden op 5 augustus 1939 door een franquistisch vuurpeloton geëxecuteerd tegen een van de oude muren van de begraafplaats.

De begraafplaats van La Almudena werd in 1884 ingewijd ondanks verzet van de katholieke kerk. Naast Ibárruri en Iglesias zijn er ook andere historische figuren van de Spaanse linkerkant begraven, waaronder Largo Cabellero, die tijdens de Tweede Republiek van 1936 tot 1937 als eerste minister diende, en Julián Besteiro, president van de PSOE en van de UGT tijdens dezelfde tijdsperiode.

Een nieuwe studie beweert dat de Homo sapiens 5.000 jaar vroeger dan eerst gedacht naar Europa kwam

Nieuw bewijs, dat verkregen werd in een grot in Torremolinos, heeft bestaande theorieën over de aankomst van de moderne mens in zuidelijk Europa overhoop gehaald.

Onderzoekers uit Spanje, Groot-Brittannië en Japan beweren dat hun opgegraven voorwerpen in de Cueva Bajondillo aantonen dat de moderne mensen 44.000 jaar geleden in zuidelijk Europa aankwamen, 5.000 jaar vroeger dat tot hiertoe werd aangenomen.

De onderzoekers hebben hun bevindingen gepubliceerd in het tijdschrift Nature, Ecology & Evolution. In hun studie beweren de onderzoekers dat de Homo sapiens in Spanje aankwam maar dat hun migratie niet met de ijstijd verbonden was die ongeveer 11.000 jaar geleden eindigde.

Chris Stringer, een onderzoeker van het Britse Natural History Museum, zegt dat hun vondsten bevestigen dat de Homo sapiens 40.000 jaar geleden zich zeer snel verspreidde doorheen Eurasia.

Arturo Morales-Muñiz, van de Autonome Universiteit van Madrid, zegt dat de Straat van Gibraltar een belangrijke rol speelde in de vroege menselijke migraties.

Er komen herdenkingen voor de eerste reis rond de wereld

Foto:
MesserWoland and Petr Dlouhý

De ministers van Buitenlandse Zaken van Spanje en Portugal hebben gezegd dat de beide landen een gezamenlijke herdenking willen houden van de 500 jaar geleden gedane eerste reis rond de wereld.

De Spanjaard Josep Borrell en de Portugees Augusto Santos Silva zegden dat de herdenkingen van deze reis binnen drie jaar zullen gehouden worden.

De Spanjaard, Juan Sebastian Elcano en de Portugese zeeman Fernando de Magallanes begonnen hun reis in 1519. Enkel Elcano, die uiteindelijk kapitein van de Victoria werd, kwam levend naar Europa terug.

De beide ministers willen de UNESCO vragen om de reisroute op te nemen op de lijst van het Werelderfgoed en zij roepen hun collega’s van Buitenlandse Zaken van de landen langs de route op om hun vraag te ondersteunen.

De Spaanse en de Portugese ambassades in deze landen, waaronder de Filipijnen, Argentinië en Chili, kregen al instructies om plannen op te maken voor lokale festiviteiten.

Juan Sebastian Elcano en Fernando de Magallanes vertrokken in zuidelijk Spanje in 1519 voor een ontdekkingstocht naar de Filipijnen via Zuid Amerika. Vijf schepen vertrokken met een bemanning van 241 man waarvan enkel Elcano en zeventien anderen terug in Spanje aankwamen.

Magallanes stierf tijdens een gevecht met de plaatselijke bevolking op 27 april 1521 op de Filipijnen. Uiteindelijk nam Elcano het bevel over en hij bereikte Sanlúcar de Barrameda  op 6 september 1522.

Er komen archeologische opgravingen in het Castillo in Benidorm

De regionale overheid heeft toelating gegeven voor archeologische opgravingen in het Castillo in Benidorm.

Van het kasteel, dat zijn naam heeft gegeven aan het plein tussen de stranden van Levante en Poniente, zijn geen overblijfselen bewaard gebleven maar het stadhuis heeft eindelijk toestemming gekregen om naar hen te zoeken.

De opgravingen zullen zo snel als mogelijk beginnen en ze zullen €1.210.000 kosten, €500,000 komt van Europees Regionaal Ontwikkelings Fonds.

Hoewel het onzeker is hoe lang de opgravingen zullen duren, geeft de toelating van het ministerie van Cultuur en Patrimonium een ​​tijdslimiet van zes maanden.

Dit betekent dat een deel van het Castillo in het hoogseizoen wordt opgegraven maar het stadhuis is van plan om de opgravingen als een andere toeristische attractie te beschouwen. Men sluit zelfs rondleidingen op de site niet uit.

De kasteel-vesting van Benidorm, dat ooit het Plaza del Castell bekroonde, werd in 1812 tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog tegen Frankrijk verwoest.

Archeologische peilingen uit 1993 en opnieuw in 2014 bevestigden het bestaan ​​van het kasteel, maar dit zal de eerste keer zijn dat de site kan worden uitgegraven.

Agenten van de Guardia Civil nemen archeologische voorwerpen in beslag

Foto: Guardia Civil

Agenten van de Guardia Civil in Castilla y Leon hebben 257 archeologische voorwerpen van uit de oudheid tot in de vijftiende eeuw in beslag genomen die een gezamenlijke waarde hebben van €307.000.

De agenten namen de voorwerpen in beslag als onderdeel van de Operation Fibulas, een onderzoek naar artefacten die tijdens de jaren 80 en 90 illegaal verkregen werden uit het gebied van de Valle del Tiertar.

Het onderzoek begon in april 2018 en de agenten ontdekten een zegel uit de vijftiende eeuw waarmee iemand uit de provincie Ávila op een foto poseerde.

Hierna werden 256 voorwerpen ontdekt waaronder een vuurstenen pijlpunt, een bronzen en een zilveren muntstuk die gemaakt werden tijdens de Iberische beschaving uit de eerste eeuw voor Christus

Verder werden er nog 124 Romeinse munten en stenen voorwerpen gevonden naast 58 stukken in keramiek. Alle voorwerpen werden overgebracht naar het museum in Ávila.