20 Procent van alle universiteit-studenten in Spanje verlaat vroegtijdig zijn studies

Foto:
Flickr user Universitat Pompeu Fabra

Volgens het zevende U-ranking 2019 verslag van de Fundación BBVA en het Instituto Valenciano de Investigaciones Económicas (IVIE) kost het, door een aantal studenten, vroegtijdig verlaten van de universitaire studies €974 miljoen op jaarbasis.

Francisco Perez, directeur van IVIE en professor aan de Universiteit van Valencia sprak over de zorgwekkende cijfers omdat elke twee op de tien studenten, 21,4 procent,de universiteit verlaten voordat zij hun studies beëindigen.

Het aantal afvallers ligt hoger aan openbare universiteiten en die waar het onderwijs niet klaslokaal gebaseerd is.

Naast het grote aantal afvallers veranderd nog eens een 11,9 procent van de studenten van studierichting of zij veranderen van universiteit.

De beste Spaanse universiteiten zijn de Universitat Pompeu Fabra in Barcelona en de Universidad Carlos III uit Madrid die respectievelijk op de eerste en de tweede plaats van de U-ranking staan.

Spanje staat op de tiende plaats wereldwijd wat betreft zijn schooluitgaven

Spanje spendeert 23,7 procent van zijn Bruto Binnenlands Product (BBP) aan zijn overheids schoolsysteem en daarmee staat Spanje op de tiende plaats wereldwijd.

In het verslag van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) staat Spanje voor Groot-Brittannië, Nederland, de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland. Deze landen spenderen zelfs minder dan het OESO gemiddelde van 20 procent aan hun onderwijs.

Frankrijk staat in deze lijst op de eerste plaats met een uitgave voor onderwijs van 31,2 procent van het BBP en het land wordt gevolgd door België, Finland, Denemarken en Italië die allen meer dan 28 procent van hun BBP aan het onderwijs spenderen.

Een school in Madrid heeft een klacht over seksisme aan zijn been

In een school in de voorstad van Madrid, Alcorcón,  is een onderzoek gestart nadat aan het licht kwam dat de leerlingen anders werden behandeld afhankelijk van hun geslacht.

De jongens mochten voor een buitenschoolse uitstap naar het stadion van Real Madrid.  De meisjes daarentegen kregen een cursus haken aangeboden.

Ook een tweede klacht tegen de school zal onderzocht werden en hier gaat de beschuldiging over een bezoek van de jongens aan het Santiago Bernabéu stadion terwijl de meisjes een bezoek aan een gaarkeuken voor de armen kregen.

De regionale onderwijsinspectie van Madrid, die de fondsen voor de katholieke school, Juan Pablo II, ter beschikking stelt heeft inspecteurs naar de school gestuurd om de beschuldigingen van seksuele discriminatie te onderzoeken.

De school is een onderdeel van de Educatio Servanda keten van scholen en het is een van de 18 door de overheid gesubsidieerde privé scholen die een scheiding maakt tussen de twee geslachten.

Als het resultaat van het onderzoek is dat er een verschil gemaakt is tussen mannelijke en vrouwelijke leerlingen dan riskeert de school een forse boete.  Jongens en meisjes moeten volgens de wetgeving op school gelijke kansen krijgen.

Juan Carlos Corvera, de voorzitter van de stichting die de controle moet uitvoeren over de Juan Pablo II en andere katholieke scholen, ontkent alle beschuldigingen van seksisme.  Volgens hem kan elke scholier vrij kiezen uit de aangeboden activiteiten.

Maar het is niet de eerste maal dat de school in opspraak komt.  Zo kreeg de directeur van de school,  Carlos Martínez, al eerder een boete van de onderwijsinspectie .  Hij had toen een brief naar de ouders geschreven waarin hij een wet aanviel waarmee de school verplicht werd om de genderidentiteit uit te leggen in het klaslokaal.

In de brief vergeleek hij de nieuwe wetgeving waarin de rechten van de holebi gemeenschap werd uitgelegd met “fanatiek terrorisme”.

Het taalplan in de regio Valencia gaat ondanks protesten toch door

De verantwoordelijke voor het onderwijs in de regio Valencia, Vincent Marza, blijft bij zijn controversieel plan om het aantal schooluren in het Valenciaans in de scholen te verhogen, iets wat vooral buitenlandse ouders niet zien zitten.

Hij drijft zijn wil door niettegenstaande er een uitspraak van een regionale rechtbank is die de invoering van de nieuwe regels tijdelijk opschortte en nu is ook de nationale minister van Onderwijs tussengekomen omdat hij de maatregel discriminerend vindt in het recht op onderwijs.

In de nieuwe regels worden de lessen die in het Spaans gegeven worden geleidelijk verlaagd en komen er drie verschillende niveaus: basis, tussenvorm en gevorderd.  Scholen kunnen, afhankelijk van hun noden, zelf hun niveau kiezen.

Op het basis niveau blijft het Spaans de standaard taal, in de tussenvorm worden de lessen gelijk over de twee talen gedeeld en in gevorderd is het Valenciaans de standaard taal.

Volgens een aantal buitenlandse ouders hebben niet alle scholen de keuze gekregen en werd hen het gevorderd niveau opgedrongen.

Wil je meer informatie over de vereniging van ouders, ga dan eens kijken op Idiomas y Educación.

 

Mickey Mouse helpt de Spaanse politie

De Walt Disney Company gaat tijdens het schooljaar 2017/2018 in een speciale campagne samenwerken met de Guardia Civil om de verkeersveiligheid voor kinderen te promoten.

Zo gaan zij het dragen van helmen en handschoenen promoten wanneer de kinderen met de fiets rijden of wanneer zij op een skateboard staan.

De Disney Channel reeks Mickey and the Superpilotos, waarin Mickey, Minnie, Goofy, Donald, Daisy en Pluto met elkaar wedijveren in races met snelle wagens wordt gezien als een ideaal middel om de kinderen bewust te maken om een helm te dragen.

In 2014 werkten de twee organisaties al eens samen om zo de veiligheid van kinderen op het internet te promoten.

Het regionale Hoog Gerechtshof schort de onderwijsbeslissing van de overheid in Valencia op

Een groep kwade ouders heeft een grote overwinning behaald in hun strijd tegen de Generalitat Valenciana.

Het regionale Hoog Gerechtshof heeft tijdelijk de beslissing van de raad opgeschort om vanaf 2019  de Spaanse taal in het onderwijs terug te dringen.

Als de raadsbeslissing er toch doorkomt dan ontvangen kinderen 80% van hun lessen in het Valenciaans, een soort Catalaans dat in de regio Valencia gesproken wordt.  In september van dit jaar zouden de lagere scholen en de secundaire scholen zouden later volgen.

Het is de tweede maal in de geschiedenis dat een regionale wet wordt opgeschort.

Toen de beslissing bekend werd gingen een aantal buitenlandse ouders in het verweer en zij hebben nu ten dele hun gelijk behaald.

 

Het regionale Hoog Gerechtshof schortte de wet dus op en in tussentijd moeten specialisten onderzoeken of de mensenrechten van de leerlingen niet geschonden werden.

Op deze blog kwam dit probleem al eerder aan bod en dat artikel kan je hier vinden.

De oudervereniging Idiomas y Education kan je op hun website vinden.

Het Valenciaans zal de verplichte schooltaal in de regio Valencia worden

Internationale inwoners zijn op weg naar een confrontatie met de regionale overheid van Valencia.

De regionale overheid heeft de beslissing genomen dat de Valenciaanse taal verplicht wordt in alle scholen tegen 2019.  Het plan komt dit jaar al in de lagere scholen in voege en het secundair onderwijs volgt de volgende twee schooljaren.

De buitenlanders hebben een betoging gehad waarin zij eisen dat zij het recht krijgen om de taal van de school te kiezen.

Nu is het wel afhankelijk van de school, de ene school voert het nieuwe decreet strenger in dan de andere maar de ouders weten niet welke school streng is en welke niet.

Een gratis meldlijn voor gepeste kinderen

Sinds 1 november kunnen kinderen die gepest worden door leeftijdgenoten anoniem telefonisch contact opnemen met de speciale meldlijn. Het telefoonnummer 900.018.018 zal 24 uur per dag bereikbaar zijn en 7 dagen per week bemand zijn door speciaal getrainde telefonische medewerkers die gepeste kinderen te woord kunnen staan. Het nieuwe telefoonnummer is een initiatief van het Ministerie van Onderwijs en heeft in het Spaans de naam “Teléfono contra el abuso y acoso escolar” gekregen.

Het pesten onder kinderen gebeurt steeds meer en steeds vaker niet alleen meer op het schoolplein maar ook via de sociale media en andere moderne manieren. Steeds meer kinderen krijgen te maken met een vorm van pesten en vaak kunnen of durven zij niet hun zegje te doen. Met het nieuwe telefoonnummer 900.018.018 wil het Ministerie van Onderwijs de kinderen tussen 0 en 18 (zoals in het telefoonnummer verwerkt) een kans geven om anoniem met een speciaal getrainde persoon over de problemen te praten.

Bij het callcenter zullen een twintigtal personen gaan werken die allemaal een achtergrond hebben als sociaal werker, juristen, psychologen en personen die gespecialiseerd zijn op het vlak van problemen bij kinderen. In principe is het bellen met deze meldlijn natuurlijk anoniem maar eventueel zullen ernstige gevallen  doorgegeven worden aan de bevoegde instanties waarna eventueel de politie, scholen en ouders geïnformeerd kunnen worden.

Ondanks het feit dat het hier om een goed initiatief gaat is er ook kritiek. Zo meent de bond van psychologen dat het personeel wat bij de meldlijn is neergezet zeker niet bevoegd is om de problemen van de kinderen op te vangen. Volgens hen moet een ieder die belt naar de meldlijn door een gediplomeerd persoon geholpen worden, iets waar schijnbaar niet naar gekeken is bij de sollicitatiegesprekken.

Daarnaast uitten de ouders ook kritiek op het feit dat er uiteindelijk niets gedaan wordt aan de problemen zelf. Zo zou er een compleet pakket moeten komen om het pesten op school de kop in te drukken

Er is geen geld meer voor wc-papier in Spaanse school

In Spanje is deining ontstaan nadat de directie van een lagere school de ouders heeft verzocht hun kinderen wc-papier mee te geven naar de klas. Het krappe budget van de school laat deze vorm van ‘gratis dienstverlening’ immers niet meer toe, zo luidt het.

Tijdens een vergadering op de Rafael García Valiño-school in Yepes, nabij Toledo, kregen de ouders te horen dat er geen geld meer voorhanden was om wc-papier te bekostigen. Derhalve werd gevraagd om elk kind zes rollen toiletpapier mee te geven.

“Dit tart toch elke verbeelding”, briest Carmen Contreras, een van de betrokken ouders. “Wat gaat het volgende zijn? Dat we zelf voor krijt zorgen? Dat we een jerrycan stookolie aan onze kinderen meegeven om de klas te verwarmen?” Mevrouw Contreras heeft inmiddels een campagne opgezet om te protesteren bij de onderwijsautoriteiten van de autonome regio Castilië-La Mancha.

“Elk schooljaar moeten we betalen voor leerboeken, voor maaltijden in de school, voor schriften, schrijfgerief… noem maar op”, vervolgt Carmen Contreras. “Dat we nu ook voor wc-papier moeten zorgen, slaat alles”.

Minder gegoede ouders kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming om de schoolkosten te dekken. De besparingen in het onderwijs, als gevolg van de economische en financiële crisis in Spanje, hebben er echter toe geleid dat ook in deze subsidies werd gesnoeid.

De inactieve jeugd van Spanje

Volgens cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Sport  gaan een op de vijf jongeren tussen de 15 en de 29 niet naar school en zij werken niet.  Het gaat over de zogenaamde ‘ninis’ van het Spaanse ‘ni trabajan ni estudian’.

Dit cijfers komt van het laatste bevolkingsonderzoek en dat bracht aan het licht dat 19,4 procent geen werk had in de week voor het onderzoek en niet naar school ging in de maand voor het onderzoek.

Dit cijfer is hoog maar er is al een verbetering ten opzichte van het jaar voordien.

Jongens zijn iets actiever dan meisjes met respectievelijk 19,2 procent en 19,7 procent van de inactieve jeugd.

Alhoewel het aantal inactieve Spaanse jongeren in dalende lijn gaat ligt het nog steeds veel hoger dan in de andere Europese landen.

Het gemiddelde in de Europese Unie staat op 14,8 procent, een gemiddelde 4,6 procent lager dan in Spanje.  De enige landen waar er een hoger percentage is zijn Kroatië (21,1 procent), Roemenië (21,9 procent), Bulgarije (22,2 procent), Griekenland (24,1 procent) en Italië (25,7 procent).

Aan de andere kant staan de actiefste jongeren en die kan men vinden in Zweden (7,4 procent inactief), Luxemburg (7,6 procent), Denemarken (7,7 procent), Duitsland (8,5 procent) en Oostenrijk (8.7 procent).