De blijvende problemen voor de nieuwe reeks Spaanse duikboten

De problemen rond het bizarre verhaal van de nieuwe Spaanse duikboten, S-80 Plus, geraken niet opgelost.  Eerst was er een ontwerpfout waardoor de boot zo zwaar was dat hij niet kon terugkeren naar de oppervlakte.  Daardoor moesten de ingenieurs van de Navantia scheepswerf de onderzeeër 10 meter langer maken en daarbij moest de waterverplaatsing verhoogd worden met 800 ton om zo de opwaartse kracht te verbeteren.

Nu blijkt dat de langere versie van de S-80 niet in de marinebasis van Cartagena kan omdat hij te lang is.  Daardoor zal het ministerie van Defensie een extra kost van €16 miljoen moeten betalen om de basis geschikt te maken voor de nieuwe duikboten.

De Spaanse regering moet een budgetverhoging voor het project goedkeuren waardoor het totale kostenplaatje zal oplopen tot €3,9 miljard in de plaats van de voorziene €2,1 miljard. Daardoor zal elk van de vier onderzeeërs bijna €1 miljard kosten.

Vorige ministers van Defensie duwden dit dossier ver van zich af waardoor de nieuwe minister, Margarita Robles van de PSOE, snel zal moeten handelen of de bouw van de duikboten zal binnen enkele maanden stilvallen.

Het programma begon zijn calvarietocht in 2013 toen er een onevenwicht  van 125 ton werd vastgesteld waardoor de boten wel konden duiken maar niet meer naar het oppervlak konden komen.

Het ministerie van Defensie huurde een Amerikaans adviesbureau, Electric Boat, in om enkel te bevestigen wat experten al hadden gezegd, de boot moet 10 meter langer worden en de waterverplaatsing moet verhoogd worden tot 3.000 ton.  De Amerikanen rekenden voor hun advies wel €14 miljoen aan.  Het nieuww model kreeg de naam S-80 Plus.

Maar een van de neveneffecten was dus dat de onderzeeërs niet meer aan de kade van de marinebasis konden.  Daardoor moeten de aanlegkades verlengd worden.

Maar het grootste probleem ligt in het AIP (lucht-onafhankelijke-aandrijving) systeem.  Hiermee krijgen de onderzeeërs een autonomie tussen een conventionele en een nucleaire duikboot en kunnen ze twee weken onder water blijven.  Om nog meer vertraging te voorkomen zal men het AIP systeem in de derde duikboot plaatsen waarvan de oplevering voorzien is voor maart 2026. De eerste twee duikboten, die voorzien zijn voor 2022 en 2024, krijgen diesel aandrijving totdat zij hun onderhoud moeten krijgen en zij tevens het nieuwe aandrijfsysteem krijgen ingebouwd.

Bronnen in de industrie zeggen dat het succes van de S-80 Plus in grote mate afhangt van het Spaanse AIP systeem. Als alles in orde komt dan zal de S-80 Plus een zeer competitief product zijn in de conventionele duikboot markt, zelfs voor de Duitse 214. Blijven de fouten zich opstapelen dan is het een nutteloos product want niemand wil een zo grote maar niet geluidsarme onderzeeër aanschaffen.

In alle geval zal de scheepswerf Navantia zijn prijs drastisch moeten laten dalen.  De bijna €1 miljard die de Spaanse marine moet betalen voor elke S-80 is bijna tweemaal zo hoog als wat Israël betaald heeft voor de Duitse duikboten.  De marktprijs voor een dergelijke onderzeeër ligt tussen €400 en de €600 miljoen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *