Spaanse gerechten – Rijst

Paella is afkomstig uit de buurt van Valencia waar grote rijstvelden zijn. Maar Paella is ook in Madrid, Mallorca, Murcia en Málaga thuis. Elke streek heeft zijn eigen aanpassingen aan het recept aangebracht zodat er nu een groot aantal recepten bestaan.

rijst

Zoals pasta in Italië is, is paella in Spanje meestal een voorgerecht. Als het een voorgerecht is dan ligt er niet echt veel vlees of vis op de rijst.

De voornaamste ingrediënten van paella zijn rijst, olie en saffraan. Bovendien kan u hier dan ook een grote variëteit aan vlees, vis, kip, groenten en schaaldieren in vinden.

Een paella met zeevruchten noemt men soms ook “arroz a la marinera” en hij bevat garnalen, mosselen, schelpen, inktvis en stukken vis. Slakken zijn typisch voor de paella’s in de Levant.

De Catalanen maakten voor het eerst een paella zonder beenderen, de “parellada”. De meest gebruikte combinatie is die met varkensvlees, kip en vis.

De populairste groenten zijn erwten, pepers, tomaten maar ook tuinbonen, groene bonen, asperges, artisjokken en paddenstoelen worden gebruikt.

Het maken van een paella gebeurt ook veel in de open lucht, het is zelfs een favoriet maal voor tijdens de pic-nics tijdens de plaatselijke feesten, er staan dan dikwijls honderden paella’s gelijktijdig te koken in de velden.

Paella heeft een heet, vlug brandend vuur nodig en dan kom je meestal al buitenhuis terecht want een gasvuur is niet groot genoeg om een hele paella pan op te zetten. Je kan naast droog hout ook houtskool gebruiken om de pan op te zetten.

In Spanje maakt men zelden een paella klaar in de oven, de meeste Spanjaarden bezaten een 10 tal jaar geleden geen oven maar nu kan je de pan ongeveer 10 minuten in de oven plaatsen voor de laatste minuten.

Men gebruikt medium of kleine korrel rijst om paella te maken, deze soorten zijn sterker dan de lange rijst of de pilaf rijst.  De kleine korrel rijst neemt de smaken van de andere producten in de paella beter op. Men moet opletten dat men de rijst niet overkookt, het resultaat is een kleverige brij. Daarom is het belangrijk om een goede olijfolie te gebruiken, deze olijfolie geeft naast de smaak ook een bescherming tegen het kleven van de rijst.

Vreemd genoeg gebruikt men niet altijd saffraan om de paella te kleuren. In de goedkopere restaurants of kleine  bars aan de stranden is het de regel dat men een kleurstof in de paella doet.  Men kan paprika gebruiken om kleur te geven maar gebruik nooit kurkuma, de smaak van de paella zal gans anders zijn dan men verwacht.

Een andere tip is dat als men een paella maakt voor een groot aantal personen of men wil er veel vlees opleggen, gebruik dan een andere pan om het vlees te bruinen, het braadvocht zal een slechte invloed hebben op de vorm van de rijst.

Alhoewel het niet echt moeilijk is om een paella te bereiden zal de eerste maal toch een aparte belevenis zijn. Maak of zet alle ingrediënten op voorhand klaar. Kuis de inktvis, stoom de mosselen, pel de garnalen, pel en snij de tomaten klein enz. Eenmaal alles klaar staat is de normale kooktijd ongeveer 40 minuten, 20 minuten om alles te sauteren en 20 minuten kooktijd voor de rijst.

Snij alle ingrediënten zodanig dat ze dezelfde kooktijd hebben als de rijst.   Kip bijvoorbeeld kan je best in kleine stukken snijden. Voeg de vloeistof bij de rijst en dat is meestal kippenbouillon of zelfs water en de vloeistof moet zeer warm zijn, zelfs kokend. Voeg ongeveer 2 maal de hoeveelheid vocht bij als de hoeveelheid rijst maar bedenk dat vis en tomaten ook vloeistof afgeven. Roer in het begin alles goed door maar blijf niet roeren, schud de pan als je iets wil verleggen.

Haal de pan van het vuur voor de rijst volledig gaar is. De rijst moet nog een harde kern hebben en laat de pan 10 minuten rusten voor het opdienen.

Spaanse gerechten – Eiergerechten

Het populairste eiergerecht in Spanje is ongetwijfeld de “tortilla española”. De tortilla is een soort omelet en heeft niets te maken met de Mexicaanse tortilla, deze is trouwens gemaakt van maismeel.

tortilla

De Spaanse omelet is rond en plat en bevat aardappelen en/of vlees, groenten, vis, kruiden en champignons.

Om dit gerecht te maken is heel wat oefening vereist. De smaak is snel onder controle maar om de omelet om te draaien in de pan is heel wat anders. Dus voordat je gasten uitnodigt, oefen eerst een beetje.

Een deel van het succes hangt af van de gebruikte pan. Je hebt een lichtgewicht pan nodig waardoor het omdraaien van de omelet gemakkelijker is. Men gebruikt best een oude pan met een lange steel en hoge kanten. Hoe de pan goed geolied en vrij van roest. De meeste Spaanse vrouwen gebruiken nog een niet aanbak vrije pan.

Een tortilla met 4 eieren moet gebakken worden in een pan met een bodem oppervlak van 20 cm of iets minder. Dit geeft een tortilla van 4 à 5 cm dikte en hij moet goudbruin gebakken worden aan de buitenzijde en binnenin moet hij licht lopend zijn.

Olijfolie is het beste bakmiddel en men heeft er heel wat van nodig of het aanbakken tegen te gaan.

Spaanse gerechten – Soepen

Overal ter wereld heeft de plaatselijke keuken een groot aanbod aan soepen. In Spanje is dit aanbod aan soepen enorm. Soep is in Spanje zoals het brood een basisvoedsel. Sommige soepen hebben dan ook brood als ingrediënt. Ook looksoep in al zijn vormen is populair en ze staat zelfs op de menukaart van de betere restaurants.

soep

De meeste toeristen denken bij soep automatisch aan gazpacho, een soort vloeibare salade maar het aanbod is veel, veel groter. Naast de gazpacho is er een groot aanbod aan vissoepen Sommige van deze soepen bevatten zelfs 5 soorten vis of schaaldieren.

De basissoep is Spanje is echter de “cocido” of de “puchero”. Deze namen staan voor een gerecht met een samenstelling van kip, rundvlees, worsten, kikkererwten en groenten.

Dan zijn er nog de “potajes” of de “cazuelas”. Onder “potaje” verstaat men een gewone dikke soep.. Ze worden dikwijls gegeven als voorgerecht maar ze zijn sterk genoeg om als hoofdgerecht te dienen. Een “cazuela” daarentegen is een soep gemaakt in aardewerkschotels.

Met al deze soorten is er altijd wel iets voor iedereen en in ieder seizoen.

Spaanse gerechten – Tapas

De tapasbar is een speciaal deel van het Spaanse leven. Men drinkt hier zijn wijntje, soms rechtstreeks uit het vat en dit gebeurt samen met een enorm aanbod aan voedsel zowel koud als warm welke men dan meestal staande eet.  Na het eten van verscheidene kleine porties eet men soms een volledig maal en anderen maken een maal van allerhande tapas.

tapas

Naast het gewone vingervoedsel zoals olijven, nootjes en chips kan men vragen naar gesneden kaas, worsten en ham maar ook naar kroketjes, of broodjes met varkensvlees, gebakken garnalen, een stoofpot van konijn, kip met look en nog veel meer.

Een portie tapas, geserveerd op een klein schaaltje met een stukje brood is enkel een knabbeltje. Een grotere portie is een “ración”. Veel van deze tapas kunnen uitstekend gegeven worden op een feestje en buiten de gefrituurde tapas kan het meeste op voorhand klaar gemaakt worden.

Entremeces of de Spaanse hors-d’oeuvres zijn ook eetlust opwekkende gerechtjes maar worden meestal als voorgerecht gegeten. Een typisch voorgerecht zijn een aardappelsalade met peper en olijven, asperges met mayonaise, schijfjes serrano ham en worstjes, gebakken sardientjes of een paar garnalen met olijven. Een schaal met entremeses kan een volledige maaltijd zijn.

Onder de naam “ensalada” verstaat men in Spaanse een gans aanbod aan koude gerechten, veel ervan worden ook gegeten als tapa maar andere kunnen als een voorgerecht gegeten worden.

Koken, het begin

Vijzel en stamper: het geluid van vijzel en stamper (almirez) is het geluid van goed voedsel. Hele ongemalen kruiden worden geplet en gemalen in de vijzel en dan opgelost in een weinig vloeistof voor men het in de kookpot doet.

Als men begint te werken met de vijzel moet men er eerst de kleine harde ingrediënten indoen zoals kruidnagel en peperkorrels, saffraan en look, dan volgen de amandelen om er als laatst de bulkproducten, zoals broodkruimels, bij te doen.

Los het mengsel op in een weinig water, wijn of bouillon.

De vijzel is het meest handige hulpmiddel om een kleine hoeveelheid kruiden of look te bereiden maar zijn het grotere hoeveelheden dan kan men misschien overschakelen op een mixer.

Paella pan: de kok die paella wil maken, of het nu thuis, in het buitenland of in Spanje is heeft een pan nodig die groot genoeg is voor het ganse maal, een pan van 46 cm is voor 12 personen.

paellapan

Er bestaat geen standaard voor een paella pan, sommigen zweren bij een pan van aardewerk en anderen willen een metalen pan met twee handvaten waar alle ingrediënten tezamen worden ingelegd.

Meestal zijn ze van gehamerd staal maar er zijn er ook met een egaal oppervlak.

Om het roesten tegen te gaan moet men ze inwrijven met olie als men de pan  niet gebruikt.

Aardewerk: schalen en potten in aardewerk zijn onmisbaar in de Spaanse keuken. Veel eten verkleurd in een metalen pot en doet dit niet in aardewerk.

Potten om in te koken zijn best niet geglazeerd, de smaken kunnen zich dan goed vastzetten in de binnenkant van de pot. Aardewerk kan gebruikt worden op direct vuur en in de oven maar breng ze zeer traag op temperatuur.

Voor het eerste gebruik leg de pot of schaal een nacht in water en leg er geen zure voeding of dranken in.

Potten en pannen: de meest gebruikte potten en pannen zijn in email. Buiten de gewone potten en pannen zou elk huishouden een “olla” moeten hebben. Een “olla” is een pot met een smalle bodem, een dik middenstuk en een smalle top en is daardoor perfect voor gerechten met een lange kooktijd zoals “cocidos”.

Enkele technieken.

Er zijn enkele speciale technieken voor de Spaanse keuken. Hierna kan men er een aantal vinden.

Look: er zijn enkele manieren om met look te koken en look is ook in enkele vormen te vinden, van het lookzout over gedroogde look tot look in zijn rauwe vorm.

Gesneden, rauwe look kan men gebruiken in marinades of om er salades mee besprenkelen. De hoeveelheid hangt af van de persoonlijke smaak

Koken verzacht de smaak van look maar geeft zijn smaak door aan andere producten. Men kan het opnemen in een bouquet garnie om smaak te geven aan soepen, stoofschotels en bouillons.

Stukjes kunnen in inkepingen in vlees gestoken worden en dan gebraden worden.

Een typische Spaanse manier om look te gebruiken is om hele gepelde teentjes look te frituren totdat ze goudbruin zijn, ze dan te pletten in de vijzel met andere kruiden, ze op te lossen in water of bouillon en dan kan men deze mengeling gebruiken om verder te koken.

Kikkererwten en andere gedroogde groenten: men moet ze de nacht voor het gebruik in water zetten.  Kikkererwten moeten twee uur koken en dan zijn ze nog niet zachter dan andere groenten. Gebruik geen zout op kikkererwten voordat zij half gaar zijn. Restjes kikkererwten en andere bonen kunnen gebruikt worden op salades of men kan ze gebruiken om soepen te verdikken.

Olie: olie betekent in Spanje altijd olijfolie. Indien gewenst kan je andere plantaardige olie gebruiken maar voor gazpacho en looksoep is olijfolie onontbeerlijk voor de smaak. De gefrituurde gerechten die zo populair zijn hebben de juiste olie nodig op de juiste temperatuur.

Vermeng geen twee soorten olie met mekaar, als men de olie verwarmd kunnen er giftige stoffen vrijkomen. Verwijder olie na 5 maal gebruik.

Gebruik je olijfolie in een elektrische frituurpan zet de temperatuur dan op 190°. Gebruik je een niet elektrische frituurpan, verwarm de olie totdat je een blokje brood in 20 seconden bruin kan maken.

Onder de naam fritten verstaan de Spanjaarden ook iets anders dan wij met onze knapperige fritten, maar veel mensen zijn liefhebber van “patatas fritas”.

Vergeet alle regels om fritten te maken, gebruik te weinig olie voor de hoeveelheid aardappelen en zet de temperatuur te laag en dan krijg je de typische Spaanse patatas fritas.

Sauzen: in de Spaanse keuken zijn er een aantal prachtige sauzen en er zijn een groot aantal gerechten met saus “con salsa”. Dit betekent in feite dat het gerecht is klaar gemaakt in de saus. De saus is geen aparte bereiding. Een basis saus in de Spaanse keuken is de “sofrito”of een gebakken tomaten mengsel.

Bouillon en consommé: Spaanse huisvrouwen gebruiken de “caldo” bouillon van de cocido. Dit is een rijke bouillon van kip, benen en ham. Deze bouillon is geen klare heldere bouillon maar hij is het startpunt voor soepen.

Wijn: bij het koken is de alcohol volledig verdwenen na een paar minuten en het is enkel de smaak die achterblijft. Hoe beter de wijn hoe beter het gerecht, gebruik dus niet de goedkoopste wijn die je kan vinden maar ga ook niet voor de duurste wijnen.

Kook niet met wijn in aluminium potten en pannen, de zuurheid kan verkleuring geven aan het voedsel en er een verandering van smaak aan geven.

Als je voedsel marineert dan moet men glazen schalen gebruiken.

Wees voorzichtig met zout, bij het gebruik van wijn laat men een deel inkoken en heb je dan de normale hoeveelheid zout toegevoegd dan is het resultaat veel te zout.

Het NIE nummer (Número de Identificación de Extranjero)

  1. Algemeen
  2. Het NIE nummer aanvragen in België of Nederland
  3. Wijzigingen in verband met de wagen
  4. Lees ook

1. Algemeen

Iedereen die een activiteit uitoefent, een woning of een wagen wenst te kopen dient een NIE nummer te hebben.  Het is tevens een persoonlijk nummer.

Het is niet verplicht dergelijk nummer te bezitten maar in de praktijk kan men niet zonder.  Men heeft het nodig om een bankrekening te openen, een telefoonaansluiting aan te vragen, om de kaart van de sociale zekerheid aan te vragen enz.  Vraag het nummer dus zo snel mogelijk aan.

Vereiste documenten:

  • Uw origineel paspoort of identiteitskaart + 1 kopij
  • Het NIE aanvraagformulier
  • Reden waarom men het NIE nummer aanvraagt, economisch, professioneel of sociaal
  • Bewijs van betaling

Iedere buitenlander die een onroerend goed bezit moet in het bezit zijn van een NIE nummer.  Logisch gevolg is dan ook dat de begunstigden van een erfenis of schenking in het bezit moeten zijn van dit nummer.

Men kan dit NIE nummer ook aanvragen in België en Nederland.

U kan het aanvraagformulier voor het  NIE nummer rechtstreeks downloaden op deze plaats NIE

2. Het NIE nummer aanvragen in België of in Nederland

Het document EX – 14 (solicitud de N.I.E.) in tweevoud invullen per persoon en handtekenen (punt 5 adres in België invullen).

Voor personen met Belgische nationaliteit :

  • kopij van de identiteitskaart ­ recto/verso en goed leesbaar op groot formaat- bijvoegen.

Voor burgers van één van de lidstaten van de EU :

  • kopij van het nationaal paspoort
  • kopij van de verblijfsvergunning in België.

Voor alle andere nationaliteiten:

  • kopij van de verblijfsvergunning in België
  • kopij van het nationaal paspoort
  • officieel bewijsstuk dat de aanvraag staaft.

Alle vermelde documenten dienen op het Consulaat voorgelegd te worden (dit moet niet strikt persoonlijk) alsook de originele identiteitskaarten, paspoorten en verblijfsvergunningen , Hertogstraat 85-87, 1000 Brussel van maandag tot vrijdag tussen 11:00 en 13:00 h

OPGELET : Indien u de aanvraag per post verstuurd, dienen de fotokopieën van de identiteitsbewijzen gewettigd te worden door het Gemeentebestuur van uw woonplaats of door een Notaris.

De aanvraag wordt nadien verzonden naar het Commissariaat- Generaal van de Vreemdelingenpolitie te Madrid.

Bij ontvangst van het toegewezen NIE-nummer (ONGEVEER NA 8-12 WEKEN) wordt het per post naar de aanvrager(s) verstuurd.

3. Wijzigingen in verband met de wagen

Dit nummer is dus noodzakelijk voor alle aankopen en contracten die een buitenlander in Spanje doet of afsluit.

Bij de aflevering van het NIE ontvangt u ook een attest Certificado de No Residente waarop het nummer vermeld is.

Een probleem is dat dit document slechts drie maanden geldig is maar wat moet men dan doen als men met de wagen op de baan is.  Dus uw ergste dromen worden waar, u moet alle drie maanden naar de vreemdelingenpolitie om een nieuw document aan te vragen en dat is de bureaucratie ten top.

4. Lees ook

Inschrijving bij de gemeente (Empadronamiento)

  1. Algemeen
  2. Aanvraag
  3. Vereiste documenten
  4. Lees ook

1. Algemeen

Dit is een probleemloze procedure maar het is een belangrijk document.  Men heeft het nodig voor de inschrijving op het consulaat of de ambassade, voor het openen van een bankrekening enz.

2. Aanvraag:

Waar:

Het gemeentehuis

3. Vereiste documenten:

  • Formulier dat de gemeente u verstrekt en dat u moet invullen
  • Geldig paspoort of identiteitskaart
  • Trouwboekje
  • Getuigschrift van woonplaats (huurcontract, telefoonrekening, enz.)

4. Lees ook:

Het inschrijvingsattest als inwoner van de EU

  1. Algemeen
  2. Aanvraag
  3. Vereiste documenten
  4. Een voorbeeld uit de praktijk
  5. Lees ook

1. Algemeen

Alle personen die meer dan 3 maanden in Spanje verblijven, moeten zich inschrijven in het Register voor Buitenlanders.  Vanaf 02/04/2007 worden er geen residentiekaarten (Tarjeta de Residencia) meer afgeleverd, maar de kaarten behouden hun geldigheid tot hun vervaldag.

Het nieuwe document heeft een zeer onpraktisch formaat (A4), daarom kan u best een verkleinde fotokopie maken en het origineel thuis laten.

OPGELET: Dit attest is geen identificatiebewijs, u dient dus uw Belgische/Nederlandse identiteitskaart of paspoort bij u te hebben.

2. Aanvraag:

Waar:

Oficina de Extranjería in uw buurt of het plaatselijk politiecommissariaat.

3. Vereiste documenten (origineel en kopie):

  • Het aanvraagformulier EX 16 (downloaden van de webstek van de overheid)
  • Geldig paspoort of identiteitskaart
  • Een bewijs van betaling op de bank dat de taks van € 10 betaald is
  • Uw NIE nummer behalve als het uw eerste aanvraag is

Een rechtstreekse link naar dit document staat hier: EX16

OPGELET

4. Een voorbeeld uit de praktijk

De betaling van 10 € moet gebeuren voordat men zich kan aanmelden en dit Modelo 790 kan men krijgen op het bewuste politie commissariaat.  Indien men een afspraak heeft dan komt men best vroeg genoeg.

Een ander probleem dat zich kan voordoen is dat als het adres op de oude residentiekaart staat niet in overeenstemming is met het huidige adres men een tweede maal moet terug komen.

Indien men nog in het bezit is van een geldige kaart maar met een ander adres op dan kan men best op voorhand langs het commissariaat gaan.

On s wedervaren staat op mijn blog Wonen in Spanje

OPGELET

Een proef met een nieuw model.

De Policía Nacional in de provincie Almeria gaat een nieuw model afleveren van het certificaat voor de Europese burgers die permanent in Spanje verblijven. Het betreft het “Certificado de registro para ciudadanos de la Unión Europea”.

Om het nieuw model te verkrijgen moet men een afspraak maken met de politie in Almeria of El Ejido.

Het nieuwe model heeft hetzelfde formaat (86mm x 54 mm) als het nieuwe rijbewijs of de nieuwe gezondheidskaart.

Het nieuwe formaat komt tegemoet aan de vraag van de Europese burgers die niet zo tevreden zijn met het huidige formaat A4. Het oude formaat was van gewoon papier en het was niet gemakkelijk om het op zak te hebben.

Het nieuwe formaat doet geen dienst als identiteitskaart, men moet zijn identiteitskaart of paspoort dus op zak hebben.

5. Lees ook:

El Barrio

el barrio

El Barrio is op 4 juni 1970 geboren als José Luis Figuereo Franco in de typische wijk Santa Maria van Cadiz.

Hij is opgegroeid onder de bescherming van de flamenco vereniging “La Perla de Cai” en  op zijn negende kreeg hij zijn eerste gitaar.

Vanaf zijn 14 trad hij op in Cordoba en Madrid vergezelt door de zangeres Juana la del Revuelo.

De geboorte van El Barrio

Hij was het beu om enkel de gitarist te zijn van zijn neef Diego Magallanes een stuurde een proefopname naar een opnamestudio.

Dit plaatst hem op de kaart en El Barrio, een verkorting van zijn geboorteplaats, is geboren.

Hij gaat op weg  met muziek gemaakt van een mengeling van flamenco, een persoonlijke inbreng, Andalusische rock en met een grote bewondering voor de meester Paco de Lucia.

In 1996 is er dan zijn eerste cd “Yo sueno flamenco”.

De artiest

El Barrio is een vernieuwer.  Door zijn fans wordt hij beschouwd als een stadsdichter van de 21° eeuw. Zijn composities hebben de smaak van Andalucia, zij gaan over liefde, haat, de wijk waar hij geboren is en de dagdagelijkse dingen.

Zonder twijfel is hij een apostel van de “nieuwe flamenco”.  Hij gebruikt het oude maar het klinkt modern.

Jongere flamenco artiesten zoals El Barrio willen de flamenco veranderen.    Oorspronkelijk ging het over de honger, de bar, de dictatuur, Andalucia en de migratie.  Maar met de flamenco zoals hij was zijn er miljoenen CD’s verkocht, er waren invloeden in de mode, universitaire studies werden uitgevoerd, enz.

De roep om verandering is ingezet met Paco de Lucia, welke de gitaar een andere plaats gaf in de muziek en instrumenten toevoegde.  Zij willen de oude structuur behouden maar met een mix van andere muziekstijlen.

Zijn poëzie doet denken aan een oudere generatie.  Surrealistischer dan Alberti, meer zigeuner dan Federico Garcia Lorca, meer gepassioneerd dan Miguel Hernández.

De liefde is de spil van zijn leven, zijn haat tegen folteren, zijn tragisch sentiment, de dood, het lot, de tradities van zijn land zijn de thema’s voor zijn liedjes.

Discografie

  • Yo sueno Flamenco (1996)
  • Mi secreto (1998)
  • Mal de Amores (1999)
  • La Fuente del Deseo
  • Yo me voy al Mundo (2002)
  • Ángel malherido
  • Playas de invierno (2005)
  • La Voz de mi Silencio (2007)
  • La Voz de mi Silencio live (2008)
  • Duermevela (2009)
  • Al sur de la Atlantida (2010)
  • Espejos (2011)
  • Hasta el fin de los tiempos (2012)

Website: een link naar zijn website vindt u hier

Hoe hij klinkt kan u hier zien en horen.

Paco de Lucia

paco de lucía

Paco de Lucia is geboren als Francisco Sánchez Gómez in het dorpje Algeciras, Cadiz op 21 december 1947, als jongste van vijf kinderen en hij is overleden op 25 februari 2014.  Paco de Lucia is een flamenco gitaarspeler en tevens een van de vertegenwoordigers van de moderne flamenco stijl.

Hij is algemeen erkend als een van de beste flamenco spelers ter wereld, die ook een geslaagde poging heeft gedaan naar andere muziekstijlen zoals jazz, funk, klassiek en wereldmuziek.

Het toonaangevende tijdschrift Rolling Stone plaatste hem in de lijst van de 100 beste gitaristen aller tijden.

Tijdens zijn ganse loopbaan  heeft hij verschillende prijzen ontvangen zoals, de gouden medaille voor verdiensten aan de schone kunsten, de eerste prijs van de Prins van Asturias.

Het verloop van de loopbaan

Zowel zijn moeder, Lucia Gómez “La Portuguesa” als zijn vader, Antonio Sánchez hebben hun zoon beïnvloed in zijn roeping.  Ter ere van zijn moeder heeft hij trouwens zijn artiestennaam gekozen.

In de wijk waar hij woonde waren veel kinderen met dezelfde naam, daarom noemde men hem daar “Paco van Lucia”, een naam welke hij dus hield als artiest.

Van zijn vader Antonio Sánchez, en van zijn broer Ramón de Algeciras, beiden flamenco gitarist heeft hij zijn eerste lessen op de gitaar gekregen.

Gedurende zijn ganse kindertijd moest hij alle dagen oefenen, naar eigen zeggen 10 tot 12 uren per dag en dan nog vond zijn vader het niet genoeg.

In 1958 op 11 jarige leeftijd speelde hij zijn eerste optreden voor Radio Algeciras.  In de beginjaren werd hij vergezelt door zijn broers Ramón op gitaar en door een andere broer Pepe de Lucia, een flamencozanger.

In 1961 ging hij op tournee met de groep van de flamenco danser José Greco.

In 1964 begon Paco een samenwerking met de Madrileense artiest Ricardo Modrego, met wie hij 3 albums maakte.

Tussen 1968 en 1977 had hij een zeer vruchtbare samenwerking met een andere vernieuwer van de flamenco muziek, Camarón de la Isla.  Samen maakten zij 10 albums.

In 1979 vormden Paco, John McLaughlin en Larry Coryell het “Guitar Trio”.  Hiermede gingen zij op een kleine tournee door Europa.  Coryell is later vervangen door Al di Meola en vanaf 1981 heeft dit trio drie albums gemaakt.

Met zijn eigen groep het “Paco de Lucia Sextet”, samen met zijn broers Ramón en Pepe,  heeft hij ook 3 albums gemaakt waarvan de eerste in 1981.

Paco heeft nog verscheidene flamenco albums gemaakt met zowel traditionele als met moderne invloeden.

Met zijn grote discografie heeft hij het bewijs geleverd van een nieuwe wijze van het begrijpen van flamenco als van zijn uitzonderlijk gitaarspel.

De universiteit van Cadiz heeft zijn uitzonderlijke verdienste voor de muziek erkend door hem te benoemen tot Doctor Honauris Causa in maart 2007.

In 1991 vroeg men hem om het zeer bekende “Concierto de Aranjuez” van Joaquin Rodrigo” te spelen.  Tot op dat moment was hij niet echt bekwaam om muziek te kunnen lezen.  Als een flamenco gitarist zei hij nadien dat hij een grotere nadruk had gelegd op het ritmische aspect van het gitaarspel.

Rodrigo zelf zei achteraf dat niemand ooit zijn werk op een zo briljante wijze had vertolkt.

Invloeden en karakteristieken van zijn gitaarspel.

Paco de Lucia heeft voornamelijk de invloed van 2 scholen ondergaan, de eerste is die van “Niño Ricardo”, algemeen beschouwd als een van de invloedrijkste figuren met de flamenco gitaar en die de directe voorloper van Paco is.  De twee is “Sabicas”,  aan hem wordt het toegeschreven dat de flamenco gitaar niet alleen als begeleiding van de zanger werd gezien maar als een volwaardig instrument.

De bijdrage van Sabicas aan de flamenco is dubbel, aan een kant vergrootte de techniek van het gitaarspel en aan de andere kant benadrukte hij hoe een componist moest te werk gaan bij het componeren, zoals welke stukken spelen als de zanger bepaalde teksten zingt.

Hij wou een compositie met een melodische en ritmische structuur die op het einde perfect in elkaar pasten zoals een klassiek werk.

De grootste bijdrage van Paco de Lucia is dat hij de flamenco populairder en internationaler gemaakt heeft.

Buiten een perfecte interpretatie en zijn virtuositeit is er  zijn persoonlijke stijl die we kunnen omschrijven als sterk en ritmisch.  Deze stijl toont zich in de talrijke werken van de artiest.

Het is tevens verdienstelijk dat hij de flamenco heeft durven voorstellen aan mensen van buiten Spanje en voor zijn vermengen van de flamenco met andere stijlen.  Paco de Lucia heeft hiervoor de weg gewezen.

Uiteindelijk mogen we ook niet vergeten dat zijn vader gitaarlessen heeft gekregen van Manuel Fernández, “Titi de Marchena”.  Een gitaarspeler welke ook in Algeciras woonde en het gitaarspel van Paco de Lucia heeft beïnvloed.

Een andere bijdrage aan de flamenco van Paco de Lucia bestaat er in dat hij de “cajón” ofwel “een krat”in deze muziek bracht.
Hij ontdekte dit in de jaren 70 in Peru en voelde direct aan dat dit het instrument was dat de flamenco nodig had als percussie-instrument.

In de huidige flamenco muziek is dit een onmisbaar instrument geworden.

Discografie

  • Los Chiquitos de Algeciras (1961) met Pepe de Lucia
  • Dos guitarras flamencas en Stereo (1965) met Ricardo Modrego
  • Doce canciones de Garcia Lorca para Guitarra (1965) met Ricardo Modrego
  • Dos guitarras flamencas en América Latina (1967) met Ramón de Algeciras
  • Canciones andaluzas para dos guitarras (1967) met Ramón de Algeciras
  • La fabuloso guitarra de Paco de Lucia (1967)
  • Doce hits para 2 Guitarras Flamencas (1969)
  • Hispanoamérica (1969)
  • Fantasia Flamenca (1969)
  • Recital de Guitarra (1971)
  • Con los 7 de Andalucia (1971)
  • El Mundo del Flamenco (1971)
  • El duende flamenco (1972)
  • Fuente y caudal (1973)
  • En vivo desde el teatro real (1975)
  • Almoraima (1976)
  • Interpreta a Manuel de Falla (1978)
  • Castro Marin (1981)
  • Friday Night in San Francisco (1981) met Al di Meola en John Mclaughlin
  • Sólo quiero caminar (1981) The Paco de Lucia Sextet
  • Passion, grace and fire (1983) met Al di Meola en John Mclaughlin
  • Live… one summer night (1984) The Paco de Lucia Sextet
  • Siroco (1987)
  • Zyryab (1990)
  • Concierto de Aranjuez (1991)
  • Live in América (1993) The Paco de Lucia Sextet
  • The guitar trio (1996) met Al di Meola en John Mclaughlin
  • Luzia (1998)
  • Cositas Buenas (2004)

website: een link naar zijn website vindt u hier.  Zij is zowel in het Spaans als in het Engels

Na al die lectuur wil u nu wel weten hoe Paco de Lucia klinkt?  Hierna kan u een voorbeeld horen en zien.